Rente

Rente is hiervóór al een paar keer aan bod gekomen. Tijd om hier wat dieper op in te gaan. 

2.5 a Wanneer een lage rente? 

Als het kind hypotheekrenteaftrek heeft, is het dus (zoals hiervoor aangegeven bij de win-win-lening) helemaal niet erg als de ouders een hoge rente ontvangen; integendeel. Maar als geen sprake is van een eigenwoningschuld en het kind dus geen hypotheekrenteaftrek heeft, kan het verleidelijk zijn om bij de lening geen of een heel lage rente af te spreken. Dat geldt ook als wél sprake is van een eigenwoningschuld, maar het inkomen van het  kind in een lage belastingschijf valt. 

Niet alleen scheelt een lage rente in de maandlasten, ook voor de toekomstige erfbelasting is een lagere rente gunstiger. Immers, iedere euro die het kind aan de ouders betaalt in de vorm van rente zal ooit weer (mede) naar het kind vererven en dan belast worden met 10 tot 20% erfbelasting. Al kunnen de ouders de ontvangen rente natuurlijk ook weer terugschenken. 

 Rentevoordeel 

Johan wil een auto kopen. Hij komt €15.000 tekort. Bij de autodealer kan hij dit financieren tegen 8% rente. Per jaar betaalt hij dan €1200 aan rente. Zijn ouders zijn bereid het bedrag renteloos aan hem uit te lenen. Johan heeft dan een rentevoordeel van €1200 per jaar. 

Als geld wordt geleend tegen een onzakelijk rentepercentage, ziet de fiscus dit rentevoordeel (dat wil zeggen: het verschil tussen de betaalde, lage rente en wat in een zakelijke verhouding betaald zou zijn) als een schenking van de ouders aan het kind. En over schenkingen moet in  principe schenkbelasting worden betaald. 

In het voorbeeld is de verkapte schenking lager dan de vrijstelling voor de schenkbelasting van €5277, dus is die schenking onbelast. Maar als het kind in hetzelfde kalenderjaar nog andere schenkingen krijgt waardoor het in totaal geschonken bedrag boven de vrijstelling uitkomt, wordt wél schenkbelasting geheven (in beginsel tegen een tarief van 10%, tenzij de totale schenking hoger is dan €121.296, want dan wordt het meerdere belast  tegen 20%). Zie ook par. 4.1b. Omgekeerd geldt hetzelfde. Zou het kind een veel te hoge rente betalen, dan kan daarin een schenking van het kind aan de ouders worden gezien. 

 LET OP Dure schenking 

Een schenking van een ouder aan een kind wordt belast tegen 10% of 20%. Een schenking van een kind aan een ouder wordt belast tegen 30%  of 40%. De vrijstelling bedraagt dan (voor de ouders tezamen) slechts €2111. 

2.5 b Welke rente is zakelijk? 

Welk rentepercentage is nu te beschouwen als zakelijk? Met andere woorden: bij welk rentepercentage is er geen sprake van een schenking van de schuldeiser aan de schuldenaar (of omgekeerd)? Dat hangt onder meer af van de voorwaarden die zijn afgesproken bij het aangaan van de  geldlening. Daarbij is van belang of de lening ‘direct opeisbaar’ is (zie hierna). 

Ook het risico dat de schuldeiser loopt, speelt een rol. Als bij de schuldenaar sprake is van een tophypotheek (er wordt meer geleend dan de waarde van de woning), van andere schulden of van een tijdelijk arbeidscontract, rechtvaardigt dat een hogere rente. Degene die geld uitleent loopt  in dergelijke situaties immers meer risico om zijn geld niet (helemaal) terug te krijgen. 

De vraag is of een lening bij de familiebank vergelijkbaar is met een gelijkwaardige hypotheeklening van een bank. Als de schuldeiser failliet gaat of anderszins in financiële problemen raakt, kan de bank, als zij een (eerste) hypotheekrecht heeft op de woning, de woning executeren (via de notaris laten verkopen) en de schuld vervolgens met voorrang verhalen op de verkoopopbrengst. De familiebank komt dan pas op de tweede plaats en loopt dus een groter risico. Daarom kunnen ouders bij een geldlening met een tweede recht van hypotheek of zonder hypotheekrecht, een hogere rente rekenen dan de bank.  

 Hoe ver kun je gaan? 

In een aan de rechtbank voorgelegde zaak had een zoon een woning gekocht. Zijn vader had hem hiervoor een geldlening verstrekt van 

 €80.000 tegen een rente van 8%. Daarnaast leende de zoon geld bij de bank tegen een rente van 4,6%. 

De Belastingdienst ging niet akkoord met het rentepercentage ouder-kind, omdat dit hoger was dan het rentepercentage dat aan de bank werd betaald. Vader en zoon hanteerden een rentepercentage dat overeenkwam met die van een reguliere persoonlijke lening zonder zekerheden. De rechtbank keurde de rente van 8% goed omdat er geen hypothecaire of andere zekerheid was afgesproken. (Rechtbank Leeuwarden, 19 februari 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2727.) 

 Meer rente aan de ouders 

Piet leent €200.000 bij de bank en € 80.000 bij zijn ouders voor een nieuwe woning. Alleen voor de schuld aan de bank wordt een hypotheek gevestigd op de nieuwe woning van Piet. Als Piet in financiële problemen komt, heeft de bank een voorrangsrecht op de verkoopopbrengst van de woning van Piet. Alleen als er na verkoop van de woning nog wat over blijft, krijgen de ouders (en eventuele andere schuldeisers) hun geld – 

 of een deel daarvan – terug. De ouders lopen dus meer risico. Dat rechtvaardigt dat ze een hogere rente bedingen dan de bank. 

2.5 c Rente betalen 

De rente voor een eigenwoninglening is pas aftrekbaar als deze daadwerkelijk is betaald (zie voor meer voorwaarden par. 3.2a). Het is daarom fiscaal niet handig als de ouders de rente kwijtschelden. De kinderen moeten de rente daadwerkelijk overmaken. Vervolgens kunnen de ouders het rentebedrag gelijk weer terugschenken, al is het beter om het verband tussen beide transacties (enerzijds rentebetaling en anderzijds de schenking) wat losser te maken door enige tijd (enkele maanden) te laten verstrijken tussen beide transacties en bovendien door niet exact dezelfde bedragen te hanteren.  

2.5 d De lening is niet direct opeisbaar 

Als partijen hebben afgesproken dat het geleende geld niet direct opeisbaar is, moeten ze een zakelijke (marktconforme) rente afspreken. Spreken  ze een lagere rente af, dan kan het verschil tussen de afgesproken en de marktconforme rente worden beschouwd als een schenking. Zeker als het om grote bedragen gaat, is het goed om te kijken wat voor rentepercentage normaal gesproken zou worden bedongen. U  kunt bijvoorbeeld een hypotheekadviseur vragen om dit op papier te zetten of bij een bank een offerte opvragen. 

Daarbij is het wel van belang dat geen appels met peren worden vergeleken. Als de ouders bijvoorbeeld €100.000 aan hun kind willen uitlenen zonder hypothecaire zekerheid, is het lastig vergelijkingsmateriaal te vinden. Immers, geen enkele bank zal bereid zijn om zo’n groot bedrag zonder hypothecaire zekerheid uit te lenen. Zou de bank 4% vragen voor een hypotheeklening van €100.000, dan is het reëel dat de ouders een hoger  percentage bedingen als ze geen hypothecaire zekerheid hebben. 

Overigens zou een ‘positief-negatieve hypotheekverklaring’ de situatie enigszins vergelijkbaar maken met een geldlening met hypothecaire zekerheid. 

Zo’n verklaring is een toezegging van de schuldenaar aan de schuldeiser: 

  • dat hij geen hypotheek op zijn woning zal vestigen ten behoeve van anderen dan de schuldeiser, en 
  • dat hij alsnog direct een hypotheek op zijn woning zal vestigen zodra de schuldeiser daarom vraagt. Als de schuldeiser ziet dat bij de schuldenaar financiële problemen dreigen, bijvoorbeeld door werkloosheid, kan hij alsnog snel zijn rechten veiligstellen. 

Een positief -negatieve hypotheekverklaring wordt niet ingeschreven bij het kadaster. De schuldeiser heeft geen voorrang op andere schuldeisers als de schuldenaar in de financiële problemen komt. 

Ook de periode waarvoor de rente wordt vastgezet, is van invloed op de hoogte van de rente. In het algemeen geldt: hoe langer de rente  wordt vastgezet, hoe hoger de rente is. 

Als een offerte van een bank als referentie wordt genomen en de factoren (zoals looptijd en hypothecaire zekerheid) bij de familiebank hetzelfde zijn, wordt een rente die niet meer dan 25% naar boven of naar beneden afwijkt van de door de bank geoffreerde rente, over het algemeen door de fiscus geaccepteerd.  

 Fiscus gaat akkoord 

Kees leent van zijn ouders geld voor de aanschaf van een woning. De bank hanteert op dat moment een hypotheekrente van 5% voor 10 jaar vast. Kees spreekt met zijn ouders een rente af van 6,25% (5% x 1,25). De Belastingdienst zal deze rente normaal gesproken accepteren. 

 TIP Glijclausule 

Door een zogeheten glijclausule aan de voorwaarden voor de geldlening toe te voegen, kan het rentepercentage met terugwerkende kracht worden aangepast naar een acceptabele rente als de Belastingdienst het afgesproken rentetarief toch als een schenking beschouwt. Daarmee kan worden voorkomen dat er schenkbelasting wordt geheven als de rente te hoog of te laag wordt geacht. 

2.5 e De lening is direct opeisbaar Met ‘direct opeisbaar’ wordt bedoeld dat het geleende bedrag ‘rechtens of feitelijk, direct of indirect’ binnen een jaar kan worden teruggevraagd. Als dat het geval is, dient het rentepercentage over de geldlening ten minste 6% te zijn. Als minder dan 6% rente wordt betaald (wat civielrechtelijk overigens gewoon is toegestaan), wordt het verschil tussen de daadwerkelijk betaalde rente en 6% rente gezien als een rentevoordeel. Over dit rentevoordeel wordt schenkbelasting geheven. 

 Rentevoordeel 

Hugo en Cathelijne lenen €200.000 aan hun dochter Anna tegen een rente van 2%. Dat percentage ligt 4% onder het rentepercentage van 6% dat de wet voorschrijft. Ze hebben afgesproken dat de ouders ieder moment het geleende geld kunnen terugvragen (opeisen). Aan het einde van het 

 jaar is sprake van een schenking van €8000, namelijk (6% – 2%) * €200.000. 

Overigens is het zo dat de voorgeschreven 6% rente alleen geldt voor geldleningen tussen particulieren. Bij zakelijke verhoudingen, bijvoorbeeld als de leni     ng wordt verstrekt door een onderneming, kan een lagere rente worden afgesproken zonder dat er sprake is van een schenking. Vroeger werd op grond van een uitspraak van de Hoge Raad in een renteloze, direct opeisbare geldlening geen schenking gezien. Die uitspraak (Hoge Raad 26 februari 1986) is niet meer van toepassing door de herziening van de successiewet in 2010.

Om te begrijpen welke rol de fiscus bij een lening van de familiebank speelt, leggen we kort het stelsel van de inkomstenbelasting uit en vertellen of de regels die voor gewone banken gelden, ook voor de familiebank opgaan. Daarna gaan we in op een van de belangrijkste redenen waarom geld van de ouders wordt geleend, namelijk voor de aankoop van een eigen woning. U leest over de voorwaarden waaraan zo’n lening moet voldoen wil het kind in aanmerking komen voor hypotheekrenteaftrek. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *