Geldlening en de inkomstenbelasting

3.1 a De schuldeiser heeft een vordering: altijd in box 3 

Als u geld op een spaarrekening heeft staan, moet u het saldo jaarlijks opgeven in box 3 van de inkomstenbelasting. U wordt geacht 4% rendement op uw spaargeld te krijgen, ook al krijgt u in werkelijkheid een hogere of lagere rente. Dit wordt het ‘forfaitair rendement’ genoemd. Over dit  forfaitaire rendement moet u 30% inkomstenbelasting betalen. Per saldo betaalt u dus 30% x 4% = 1,2% belasting over uw spaargeld. Dit wordt ook wel de ‘vermogensrendementsheffing’ genoemd. Deze vermogensrendementsheffing geldt niet alleen voor een spaartegoed,  maar bijvoorbeeld ook voor een effectenportefeuille of een tweede woning. 

Als u geld aan iemand uitleent, krijgt u een vordering op de schuldenaar. Ook die vordering moet u opgeven in box 3. En ook daarbij maakt het niet  uit hoeveel rente u daadwerkelijk ontvangt. U betaalt altijd de vaste vermogensrendementsheffing van 1,2%. 

Overigens is een bepaald bedrag van uw box 3-vermogen (uw bezittingen minus uw schulden) vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing. Dat is het ‘heffingvrij vermogen’. Per persoon is het heffingvrij vermogen €21.330 (2015); als u een fiscale partner heeft, is uw gezamenlijke heffingvrij vermogen €42.660. 

3.1 b De schuldenaar heeft een schuld: in box 3 of in box 1 

Als u geld van iemand leent, krijgt u een schuld. Normaal gesproken mag u die schuld opvoeren in box 3. Als u in box 3 ook bezittingen opgeeft, zoals een spaarrekening, vermindert de schuld de grondslag voor de vermogensrendementsheffing.

Wel geldt er een schuldendrempel van €3000 per persoon (€6000 voor fiscale partners). 

 Vermogensrendementsheffing 

Peter is alleenstaand en heeft een spaarrekening van €50.000. Hij heeft €20.000 geleend om een nieuwe auto te kopen. Van zijn schuld moet hij de schuldendrempel van €3000 aftrekken, zodat hij €17.000 mag aftrekken van zijn spaartegoed. Per saldo is zijn box-3 vermogen €33.000. Omdat zijn 

 heffingvrij vermogen €21.330 bedraagt, betaalt hij 1,2% belasting over €11.670, ofwel €140 per jaar aan vermogensrendementsheffing. 

Als u geld leent om een ‘eigen woning’ (zie het kader ‘Definitie eigen woning’ bij par. 1.2) te kopen, te verbouwen of te onderhouden, geeft u de schuld niet op in box 3, maar in box 1 van de inkomstenbelasting. In box 1 valt, naast de hypotheekschuld, ook het inkomen uit arbeid (salaris) en het eigenwoningforfait.  

 Eigenwoningforfait 

Het eigenwoningforfait is een manier om het (fictieve)inkomen uit de eigen woning te belasten. Het is een percentage van de WOZ-waarde van de woning. De WOZ-waarde wordt jaarlijks door de gemeente vastgesteld. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *