Geld uitlenen aan een ondernemer

Tot nu toe hebben we vooral gesproken over de familiebank voor de financiering van een eigen woning. Maar de familiebank kan ook gebruikt worden voor een eigen zaak. Voor ondernemers is het namelijk niet altijd makkelijk om geld te lenen bij een bank, zeker niet voor startende ondernemers. Dat is overigens niet verwonderlijk als je bedenkt dat ongeveer de helft van de ondernemingen na vijf jaar ter ziele is. Een geldlening aan een startende ondernemer wordt daarom ook wel ‘durfkapitaal’ genoemd. 

Als ouders geld uitlenen aan hun kind voor zijn onderneming, moeten ze er rekening mee houden dat ze het uitgeleende bedrag niet (geheel) terugkrijgen. Het is dus niet verstandig om het geld dat ze voor hun oude dag hebben gespaard hiervoor te gebruiken. 

3.3 a Aan wie uitlenen? 

Als het kind een eenmanszaak heeft of in een vennootschap onder firma (vof) of maatschap zit, is er geen aparte rechtspersoon. Het geld wordt  dan sowieso aan het kind zelf uitgeleend. 

Drijft het kind zijn onderneming in de vorm van een bv, dan kan de ouder het geld zowel aan de vennootschap als aan het kind zelf uitlenen. Als in de vennootschap ondernemersrisico wordt gelopen, is het wellicht veiliger om het geld aan het kind zelf uit te lenen. Aan de andere kant, als het kind  dat geleende geld direct weer in de onderneming investeert, is het risico dat het geleende geld niet wordt terugbetaald, niet veel kleiner. Maar fiscaal kan het wel interessanter zijn om het geld aan de vennootschap (de bv) uit te lenen, omdat de rentelasten dan de winst van de vennootschap drukken. Als de ouders echter van plan zijn om op de geldlening ooit kwijt te schelden, is uitlenen aan de vennootschap weer minder handig, omdat de vennootschap voor de schenkbelasting slechts een vrijstelling heeft van €2111 en de schenking voor het meerdere belast wordt  tegen 30 of zelfs 40% schenkbelasting. 

Er zijn, afhankelijk van de situatie, meer factoren die een rol kunnen spelen. Het is daarom altijd raadzaam om dit soort zaken vooraf met een accountant te bespreken.  

3.3 b Geen fiscaal voordeel meer bij tante Agaath-lening 

Tot 1 januari 2013 had iemand die geld uitleende aan een startende ondernemer (ook wel een ‘tante Agaath-lening’ genoemd) recht op twee  fiscale tegemoetkomingen: de heffingskorting voor durfkapitaal en de vrijstelling in box 3. Deze tegemoetkomingen zijn vervallen. 

Als de ondernemer de lening niet kan terugbetalen, kan de schuldeiser (een deel van) de lening kwijtschelden. Als het geld ná 1 januari 2011 aan de startende ondernemer is uitgeleend, is er geen aftrekmogelijkheid, maar als het geld vóór die datum is uitgeleend, geldt een overgangsregeling. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Belastingdienst. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *