Geld lenen vanuit de bv

Ook voor een bv kan geld uitlenen een interessant alternatief zijn voor een spaarrekening. Zowel geld uitlenen aan de directeur-grootaandeelhouder (dga) als aan anderen is mogelijk. Maar er zijn wel wat aandachtspunten. De rente die de bv ontvangt (of dat nu rente op een spaarrekening is of rente die wordt ontvangen van een schuldenaar) draagt bij aan de winst en wordt dus belast met 20% of 25% vennootschapsbelasting. Als die winst vanuit de bv wordt uitgekeerd aan de dga, moet daarover 15% dividendbelasting worden betaald, wat vervolgens als voorheffing wordt verrekend met de 25% inkomstenbelasting die de dga in box 2 over de uitkering betaalt. Dat levert een beperking op als de ouders de betaalde rente willen terugschenken. 

 Personal holding 

Tinus is 100% aandeelhouder van een personal holding. Deze bv leent €100.000 uit aan Rogier, de zoon van Tinus, tegen een rente van 4% (die rente mag ook hoger of lager zijn, mits die zakelijk is). De bv ontvangt dus jaarlijks €4000 rente en betaalt hierover 20% vennootschapsbelasting, ofwel €800. Tinus wil het restant van de ontvangen rente terugschenken aan zijn zoon. Hij laat de bv daartoe €3200 aan zichzelf uitkeren. Hierover moet Tinus €800  ‘aanmerkelijkbelangheffing’ in box 2 betalen. Uiteindelijk blijft er dus nog maar €2400 over om aan Rogier terug te schenken. 

 LET OP Wel even melden 

Denk eraan – net als bij andere familiebankleningen – dat de lening moet worden aangemeld bij de Belastingdienst, want anders heeft de schuldenaar geen recht op hypotheekrenteaftrek. Zie par. 3.2a. 

3.6 a Geld (per ongeluk) schenken vanuit de bv 

Als een bv niet zakelijk handelt, kan daarin door de fiscus een verkapte dividenduitkering worden gezien. Als de bv van Tinus uit het voorbeeld een schenking aan Rogier doet, wordt deze schenking gezien als een verkapte dividenduitkering, waarover belasting moet worden betaald. Civielrechtelijk is een schenking vanuit de bv iets anders dan een schenking door de ouder die de dga van die bv is, maar voor de schenkbelasting  worden de ouder en zijn bv toch als één schenker gezien. Dat geldt ook voor eventuele werkmaatschappijen die onder de holding hangen. 

Maar ook als er geen formele schenking plaatsvindt, kan er sprake zijn van een verkapte dividenduitkering. Bijvoorbeeld als geld wordt uitgeleend tegen een te lage rente. Wat ‘te laag’ is, is mede afhankelijk van de vraag of al dan niet een hypotheek gevestigd is en wat de looptijd van de lening is. 

Ook als de rente feitelijk niet wordt betaald (of wordt teruggeschonken door de bv), kan sprake zijn van een verkapte dividenduitkering. Los van de dividendbelasting en aanmerkelijkbelangheffing is er nog een risico aan een verkapte dividenduitkering. Als sprake is van een dividenduitkering, mogen de wettelijke en statutaire reserves van de bv daar niet onder lijden; bovendien moet de dga de ‘liquiditeitstoets’ doen, om te controleren of er  wel voldoende beschikbaar blijft om de schulden van de bv te voldoen. 

Extra aandacht is vereist als sprake is van een ‘pensioen in eigen beheer’ (de bv fungeert dan als pensioenfonds) . Er moet dan worden gekeken of de verkapte dividenduitkering er niet toe leidt dat de (commercieel te waarderen) pensioenverplichtingen niet meer betaald kunnen worden. Als dat het geval is, mag er namelijk geen (verkapt) dividend worden uitgekeerd. Doet men toch een schenking, dan kan de fiscus stellen dat er sprake is van ‘afkoop van pensioen’, met ingrijpende fiscale gevolgen: 52% inkomstenbelasting over de marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en 20% revisierente. 

Het voert te ver om in dit bestek op alle aspecten van lenen en schenken vanuit de bv in te gaan. De conclusie is dat geld lenen (en soms ook schenken) vanuit de bv best interessant kan zijn, maar dat er wel enkele haken en ogen zijn. Het is daarom raadzaam altijd vooraf met uw accou 

Geld schenken kan gunstiger zijn dan geld uitlenen als de ouders te veel vermogen hebben om voor bepaalde toeslagen in aanmerking te komen (zoals zorg- of huurtoeslag), als ze over een deel van hun vermogen in box 3 vermogensrendementsheffing moeten betalen of als hun vermogen gaat meetellen voor de ‘eigen bijdrage’ voor de zorgkosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning of Wet langdurige zorg (voorheen: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, kortweg AWBZ). 

Bij het maken van de afweging tussen schenken en uitlenen is het verstandig om ook te kijken naar de gevolgen op langere termijn. Vroeg of laat

zullen de ouders overlijden en zal over het nagelaten vermogen erfbelasting (voorheen successierecht) moeten worden betaald. De vordering die de ouders wegens een geldlening op hun kind hebben, behoort tot de nalatenschap (ook als het kind een vordering op zichzelf erft), terwijl geld dat meer dan een half jaar voor het overlijden is weggegeven fiscaal gezien niet tot de nalatenschap behoort (voor schenkingen waarbij een beroep is gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling geldt de termijn van een half jaar overigens niet). Bij de vraag of u het geld beter kunt uitlenen of schenken, kan ook de bijleenregeling een rol spelen. Zie par. 4.4.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *